Een nieuwe post! Deze keer uit Thành phố Hồ Chí Minh. De Fransen doopten deze stad na de kolonisatie om naar Saigon. De meeste Vietnamezen noemen de stad nog steeds zo. Officieel heet de stad sinds de samenvoeging van noord en zuid Vietnam Ho Chi Minh (HCM). Het is de grootste stad van Vietnam en heeft zo’n 7,5 miljoen inwoners. Het verkeer is hier nog chaotischer dan in Hanoi. Toestand.

Voor HCM hebben we Hoi An (daar eindigde het vorige blog) en Dalat bezocht. Hoi An is een sfeervol stadje in het midden van Vietnam. Met zo’n 100.000 inwoners een stuk rustiger. Bovendien is het centrum afgesloten voor auto’s en op sommige momenten ook voor scooters. Een oase van rust dus 🙂 Vroeger was deze  havenplaats hét handelscentrum van de regio. In 1999 is de stad opgenomen op de werelderfgoedlijst van UNESCO als een goed bewaard voorbeeld van een handelsstad uit Zuidoost Azië uit de 15e tot de 19e eeuw.

In het oude centrum van Hoi An vind je heel veel kleine winkeltjes waar ze artikelen van leer verkopen. ‘s Avonds is het stadje sfeervol verlicht met lampionnen. Heel relaxt om door de straatjes te slenteren en mensen te kijken (sowieso een favoriete bezigheid). Verder staat Hoi An bekend om zijn tailors. Voor nog geen 100$ koop je een maatpak. Helaas is het allemaal wat lastig meenemen in een backpack. We hebben nog even overwogen om grof in te slaan en het te verschepen naar Nederland, maar we hebben ons in weten te houden. Gelukkig kennen ze de term ‘kijken, kijken en niet kopen’ hier nog niet…

We hadden heel mooi (lees: warm) weer, zodat we ook heerlijk aan het strand konden liggen. Een groot verschil met Nederland, want hier vind je nauwelijks strandgasten. De meeste Vietnamezen zwemmen niet, of heel vroeg (tussen 5.00 en 6.00uur… We willen best integreren, maar dit gaat echt te ver!). Ideaal zo’n privéstrand. Regelmatig bestelden we een verse smoothie en (vegetarische, jawel!) springrolls. Wat wil je nog meer? Nou ja, er zitten ook wel wat nadelen aan… Onlangs parkeerde een Vietnamees zijn scooter om even aan mijn buik te komen voelen. Een duidelijk signaal lijkt me.

Na drie dagen Hoi An zijn we op de bus naar Dalat gestapt. Een busrit van zo’n 17 uur. Dat is lang. Gewapend met een tandenborstel en een boek is dat best te doen. Dalat is een stadje in de hooglanden van Vietnam en bevindt zich op 1500 meter boven zeeniveau. De temperatuur is daar dan ook best aangenaam! Dalat zelf vonden we niet zo bijzonder, maar de omgeving was top! Met onze gehuurde scooters hebben we de omgeving verkend. We bezochten een koffieplantage, een zijdefabriek en de Elephantfalls.

In Vietnam wordt veel koffie verbouwd, al is dat internationaal nog niet zo bekend (is dit nu het gat in de markt waar ik naar zocht?). Bekender is de koffie van de Civetkat. Op deze plantage werd deze koffie geproduceerd, met behulp van deze kat dus… Het klinkt niet erg smakelijk, maar de koffie was lekker! Een stukje verderop zijn we gestopt bij de zgn. olifiantwatervallen. Het was een hele tour om de watervallen te bereiken, maar het was absoluut de moeite waard! De zijdefabriek was ook een hoogtepunt. In deze fabriek worden de cocons van de zijderups verwerkt tot zijdegaren en vervolgens tot kledingstukken. En dat bijna allemaal handmatig! Heel bizar.

Vanaf Dalat zijn we doorgereisd naar Ho Chi Minh. Daar zitten we nu. Zoals gezegd: enorm druk. Oversteken is een kwestie van blik op oneindig en gaan. Vandaag hebben we een museum dat herinnert aan de Vietnamoorlog (of zoals de Vietnamezen zeggen: de Amerikaoorlog) bezocht. Heel indrukwekkend. We zijn van plan morgen nog wat hotspots te bezoeken en dan door te reizen naar de Mekong Delta. Voor de laatste dagen in Vietnam hebben we een bamboehutje geboekt op het eiland Phu Quoc. We zijn wederom benieuwd!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>