Na wat informatieve blogs is het wel weer eens tijd voor een update van ons reisverslag. We hebben alweer aardig wat kilometers afgelegd en veel (bizarre) dingen meegemaakt. Gek hoe snel je dingen ook weer vergeet. Hoog tijd voor mijn memoires dus.

Jakarta

Maandag 9 november zijn we per vliegtuig vertrokken naar Jakarta. Niet omdat we daar nou zo graag naar toe wilden, maar omdat we we een vliegticket hadden van Jakarta naar Singapore. Dit ticket kochten we toen we nog in Bangkok waren. Om voor een gratis toeristenvisum van 30 dagen in aanmerking te komen (Is het gratis…? Ja doe maar!) is een uitreisbewijs nodig. We wisten toen nog niet dat we ons op Bali en Lombok prima zouden vermaken en dat er geen tijd zou overblijven voor Java. We boekten daarom een ticket Jakarta – Singapore. Enfin, op naar Jakarta dus. Vanaf Bali een lange reis per bus, boot en trein of twee uurtjes vliegen… We kozen voor het laatste.

We hadden nog even de hoop dat we deze vlucht zouden missen en daardoor ook de volgende vlucht, zodat we ons geld van beide tickets terug zouden krijgen en dan rechtstreeks naar Singapore konden vliegen. Het leek er even op, want door de uitbarsting van vulkaan Rinjani op Lombok was het vliegveld een tijdje dicht. Het mocht niet zo zijn.

Helemaal vlekkeloos verliep de reis niet. Onze vlucht liep drie uur vertraging op, maar dat leverde wel een gratis ‘maaltijd’ op: rijst met bot. Uiteindelijk stegen we om twee uur ‘s nachts op  en om half vier landden we op Soekarno-Hatta. We waren toen best wel toe aan een bed. Een bed met donzen dekbed. Ons hotel bleek best wel in een achterbuurt te staan (wat je niet verwacht als je €10,- betaalt ;)) en als klap op de vuurpijl was er ook geen laken, dekbed of iets wat daar voor door moest gaan. Met een strandlaken kom je ook een heel eind. Je hebt dan wel zand in je bed, maar ‘buiten naar binnen’ is helemaal 2016…

Jakarta is op het eerste oog niet zo’n interessante stad. Al zijn er wel wat interessante plaatsen waar de invloed van de VOC en het koloniale verleden van Nederland zichtbaar zijn. Ik ga daar nog een keer een blog aan wijden.

Singapore

Woensdag 11 november zijn we, opnieuw met enige vertraging, van Jakarta naar Singapore gevlogen. Heel veel wisten we niet van deze stad, behalve dat ons dagbudget waarschijnlijk niet toereikend zou zijn. We sliepen daarom voor het eerst (!) tijdens onze reis in een hostel, in een 16-persoonskamer. Het hostel zelf viel best mee. Het was netjes, best schoon en er was een ruime leefruimte met aardige WiFi. Het slapen vond ik daarentegen weinig comfortabel. Veel herrie, mensen die op heel ongewone tijdstippen in en uit bed gaan, buren die heel hard snurken… Ik ontdekte ook dat ik helemaal geen zin heb om ‘s morgens onfrisse pyjamafiguren tegen te komen. Maar goed, wel weer meegemaakt. Been there, done that.

We zijn anderhalve dag in Singapore gebleven. Langer blijven was niet echt een optie vanwege de hoge kosten. We betaalden voor het hostel omgerekend €30,- per nacht, terwijl we meestal €15,- per nacht voor een tweepersoonskamer betalen. We lunchten daarom zo goedkoop (en gezond) mogelijk:

Singapore was absoluut de moeite waard. Niet te vergelijken met andere Aziatische hoofdsteden: schoon, hypermodern en het verkeer is overzichtelijk. We hebben in de beperkte tijd die we hadden de meeste hotspots bezocht. Van de St. Andrewscathedral tot de beroemde Gardens by the Bay.

Kuala Lumpur

Vervolgens zijn we doorgereisd naar Kuala Lumpur, de hoofdstad van Maleisië. Deze keer per luxe touringcar. De bus zou ons naar het stadscentrum brengen. Er bleken ook reizigers naar andere bestemmingen in onze bus te zitten, dus hebben we een tijdje op de vluchtstrook langs de snelweg stil gestaan om andere bussen te laten aansluiten en ons de gelegenheid te geven over te stappen. Waarom ook niet. Na een rit van zo’n acht uur arriveerden we in de hoofdstad van Maleisië. Ons hotel was gelukkig niet ver van de busstop. We zijn uiteindelijk vijf dagen in KL gebleven. We hebben o.a. de Petronastowers bezocht, dagelijks ontbeten bij onze huisbakker Tous Les Jours (een gebrek dat ‘ie niet in Europa zit), gedineerd bij onze favoriete tent Tous les Jours en koffiegedronken bij… Nou ja, dat dus.

Zondagmorgen hebben we een dienst in de Presbyterian Church bezocht. Wat liturgie betreft voelden we ons aardig thuis. En ook voor onze Engelse skills helemaal niet gek. In tegenstelling tot de dienst in Bangkok kenden we hier de meeste psalmen en gezangen die gezongen werden. Best wel samen op weg dus.

Taman Negara

Na de relatieve luxe van de stad werd het hoogtijd voor wat primitiefs. We zijn tenslotte aan het backpacken. We zijn doorgereisd naar Taman Negara, het oudste tropische regenwoud ter wereld (zegt men). Met een traditionele ‘longboat’ zijn we de jungle in gevaren. Na een tocht van drie uur arriveerden we, samen met onze verkrampte ledematen, in Kuala Tahan. Een klein, tamelijk eenvoudig, dorpje aan de rand van het nationaal park. In het dorpje staan wat eenvoudige hotels en een aantal restaurantjes. De meeste daarvan drijven in het water. Dat is wel bijzonder, zo midden in de natuur.

Vanuit dit dorpje maakten we een jungletocht. De route begon eenvoudig, via houten vlonders konden we een eind het regenwoud in wandelen. We kwamen zo uit bij een van de langste touwbruggen ter wereld. Vervolgens hebben we een route gelopen die wat minder ‘aangelegd’ was en waarbij we het punt ‘do not pass without a guide’ passeerden. Maar ja, wij hadden een fles water, camera’s en een bus Pringles, dus gaan me die geit. Een best wel pittige, maar erg mooie route naar een hooggelegen uitkijkpunt. Tegen het einde van de dag arriveerden we weer bij ons guesthouse. Waarom de rangers een kapmes bij zich hadden is ons (gelukkig) niet duidelijk geworden…

Cameron Highlands

Onze volgende stop was in de Cameron Highlands. Hoger gelegen en dus een stukje frisser. We konden voor het eerst een vest aan! Ik was al bang dat ik ‘m voor niets had meegenomen. Ook hier hebben we een wandeling door het regenwoud gemaakt. Onderweg kwamen we een dame uit Australië tegen die graag met ons mee wilde lopen. Ze praatte iets meer dan ze liep, maar dat maakte het niet minder gezellig. Na een tocht van zo’n 4 uur kwamen we weer aan in Tanah Rata, ons vertrekpunt.

Geheel tegen onze principes boekten we ook een georganiseerde tour. Meestal proberen we de omgeving zelf te verkennen. Het is goedkoper, je kunt gaan en staan waar je wilt en het is vaak wat avontuurlijker. Deze tour was dat in ieder geval niet. Saai, langdradig en niet interessant. Enfin, dat weet je ook niet van tevoren.

George Town

George Town, een stad op het eiland Penang, was daarentegen wel heel leuk. De stad dankt zijn naam aan de Engelsen die zich er tijdens de kolonisatie vestigden. Invloeden daarvan zie je terug in de bouwstijlen van huizen en gebouwen en verschillende overblijfselen uit die tijd. Naast de bezienswaardigheden vonden we het ook gewoon een leuke plaats om te relaxen.

Inmiddels zijn we doorgereisd en bevinden we ons op Langkawi, een eiland niet ver van de Thaise grens. Ik hoop daar heel snel ook wat over te schrijven. We hebben hier alweer wat hi-la-ri-sche dingen meegemaakt. Wordt vervolgd dus.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>