Het is voorjaar in Zuidwest Australië. Dat betekent dat het overdag makkelijk 25 graden wordt, maar dat de nachten met 9 graden best fris kunnen zijn. Na een paar dagen in directe omgeving van Perth te hebben gekampeerd (en het ’s nachts best koud te hebben gehad) besloten we dat het tijd werd voor hogere temperaturen. Daarvoor moet je richting het noorden reizen en inderdaad, zo’n beetje iedere 100 kilometer kwamen er een paar graden bij, tot zo’n kleine 40 graden in de omgeving van Exmouth. Met een beetje wind zijn dat prima temperaturen wat ons betreft… In ieder geval is het niet koud ’s nachts.

Lancelin
Onze eerste stop na Perth was Lancelin, bekend om de zandduinen. Omdat we nog geen bandenpomp hadden (en die heb je wel echt nodig op zacht zand, zodat je je banden kunt laten leeglopen om meer grip te hebben – en niet geheel onbelangrijk: ook weer kunt oppompen) hebben we onze 4×4 nog een beetje gespaard en een sandboard gehuurd. Naar beneden is superleuk, omhoog iets minder… Wel heel leuk om gedaan te hebben.

Longdrop
In Australië kun je goed kamperen in de nationale parken. Vaak zijn er in de parken kleine ‘campings’ waar je voor relatief weinig geld kunt overnachten. Je hoeft niet zoveel te betalen in ruil voor weinig faciliteiten… (lees: alleen longdrop composttoiletten), maar je staat vaak wel op een heel bijzondere plek. Je betaalt voor de overnachting door het aangegeven bedrag in een enveloppe in een box te doen. Op basis van goed vertrouwen dus.

Sandy Cape
Onze eerste ervaring op zo’n camping was Sandy Cape in de buurt van Jurrien Bay. Via een lange gravelweg, met zeker rond schemering heel veel kangoeroes, bereikten we onze overnachtingsplaats. Omdat op dit soort campings geen douches zijn, zijn we heel bedreven geraakt in het vinden van gratis douches. Zeker de kustplaatsen hebben vaak wel publieke toiletten en douches. Het water is niet altijd warm, maar je voelt je toch een anders mens als je eronder vandaan komt. Als het helemaal niet wil hebben we onze portable camp shower nog…

4WD
Omdat de westkust dunbevolkt is moet je veel kilometers maken om weer in de bewoonde wereld terecht te komen. Je kunt er rustig een paar honderd kilometer rijden zonder veel mensen tegen te komen. Hoe noordelijker we kwamen, hoe minder mensen en hoe duurder de benzine en de boodschappen. Na een stop van een paar dagen in Geraldton zijn we doorgereisd naar Denham, vlak voor het Francois National Park. Inmiddels hadden we een bandenpomp aangeschaft en werd het dus tijd om onze 4wd echt uit te proberen. De kampeerplek in het park was alleen via een 4wd track bereikbaar. We blijken er natuurtalent voor te hebben, want zonder problemen bereikten we (vlak voordat het donker werd) onze kampeerplek. Van andere gasten begrepen we dat niet helemaal vanzelfsprekend is. Twee meiden die een dag eerder arriveerden kwamen vlak voor het donker vast te zitten… Ze werden pas de volgende ochtend gezien en geholpen door een vertrekkende 4wd. Had ook wel weer een leuk verhaal geweest natuurlijk…

Weggewaaid
Gelukkig was er plaats en in no-time hadden we onze tent opgezet, luchtbed opgepompt, onze plek ingericht, gekookt, gegeten en afgewassen. Hoewel het overdag al flink waaide, werd dat naarmate het later en donkerder werd nog wat heftiger… De rotsachtige grond zorgde ervoor dat we de haringen niet konden gebruiken, waardoor het tentzeil vrolijk klapperde. Na een paar uurtjes geklapper vonden we het wel welletjes en hebben we de auto leeggehaald en onze eerste nacht in de auto doorgebracht. Top zo bleek, want we maakten een prima nacht! Een goed alternatief dus, zeker als we langs de weg slapen. En: gratis…

Duinen
De nacht erop besloten we in de duinen van het nationaal park te kamperen. Op deze plek waren helemaal geen faciliteiten. Bij het plaatselijke VVV koop je een permit waarmee je op een zelfgekozen plek in de duinen mag gaan staan. Om het een beetje beheersbaar te houden worden er per dag maximaal 4 permits verkocht en sta je dus echt alleen. Met onze ervaring van de nacht ervoor besloten we de tent maar helemaal niet op te zetten en opnieuw in de auto te slapen. Een hele leuke ervaring! ’s Morgens werden we gewekt door een vrolijke Ranger die een beetje vreemd opkeek van onze geïmproviseerde camper en na onze permit te hebben gecontroleerd weer even vrolijk vertrok.

Offroad
Vervolgens zijn we doorgereisd naar het Ningaloo Reef en hebben we de plaatsen Carnarvon, Coral Bay en Exmouth aangedaan. Het Ningaloo Reef ligt heel dichtbij de kust, zodat je heel goed vanaf het stand naar het rif kunt snorkelen. De (enorme) schildpadden hebben we vooral vanaf het strand gezien en dat leek ons ook het beste… Na een paar nachten op een echte camping en een nachtje in het nationaal park Cape Range zijn we begonnen aan de terugreis naar het zuiden. Alles bij elkaar zo’n 1500 kilometer. Voor de eerste 100 kilometer kozen we weer een 4wd route. Niet zo’n heel goed idee bleek achteraf. De route was nogal bumpy en we hebben over dit deel van de reis alleen al zo’n 5 uur gedaan. Maar goed, wel weer meegemaakt 😉

Pech
Over de rest van de reis hebben we zo’n twee dagen gedaan. Een paar honderd kilometer voor Perth bleek dat onze benzinetank lekte. Met hoge temperaturen niet zo’n heel veilig idee. We hebben daarom een noodstop gemaakt in Badginggarra. Een klein plaatsje met een benzinepomp en een autogarage. Even leek het erop dat we hier een paar dagen zouden moeten blijven wachten op onderdelen, maar gelukkig wist de behulpzame garagehouder ons dezelfde dag nog weer de weg op te kunnen helpen. Een paar zakken chips, cola en koffie verder en een kleine 200 euro lichter, dat dan weer wel…


Bekijk deze stap (en de foto’s) op PolarSteps

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>